Blafbrief

Zaterdag kreeg ik een vreemde smaak in de mond  bij een bericht over het laagterecord dat de Duitse werkloosheid heeft bereikt: nog maar 5,9 procent van de beroepsbevolking zit zonder baan. Het laagste niveau sinds de Duitse hereniging, in 1990.

Nogal wiedes dat zoveel Duitsers werk hebben, dacht ik, na het openen van een envelop van advocatenkantoor Waldorf Frommer. Of ik maar even 915 euro wil overmaken wegens het illegaal downloaden van de film ‘Nerve’.

Maar liefst 52 advocaten staan vermeld op het briefpapier van het kantoor. Er werken daar natuurlijk ook nog talloze andere mensen. En waar zijn die universitair geschoolde advocaten mee bezig? Ze versturen tienduizenden blafbrieven per jaar naar mensen die in Duitsland via torrents illegaal films, muziek of foto’s hebben gedownload. Ook streamen via torrentdienst Popcorn Time levert vervolging op. Wie op Google als zoekterm ‘waldorf frommer‘ intikt, krijgt op het moment van dit schrijven 145.000 resultaten voorgeschoteld.

Waldorf Frommer in München is niet het enige kantoor dat zich op het vervolgen van torrentgebruikers heeft gestort. Er is in Duitsland een hele industrie rondom illegaal downloaden ontstaan. En ook nog een afgeleide industrie: talloze advocatenkantoren spelen beschermengel en bieden aan te helpen bij de juridische strijd tegen zo’n ‘Abmahnung’ (officiële waarschuwing). Een kantoor in Berlijn beloofde mij hulp à raison van 550 euro, maar er zou nog wel een restrisico blijven bestaan, zeiden ze er eerlijk bij. Kies maar of je door de hond of de kat wilt worden gebeten. En garantie tot de hoek.

Met een digitaal snuffelprogramma spoort Waldorf Frommer downloaders op. Die particuliere sukkeltjes ontvangen vervolgens namens Sony, Universal, Getty Images of een andere film- of muziekproducent zo’n ‘Abmahnung’. De ontvanger raakt meestal in paniek. Schikkingsbedragen liggen in de buurt van de duizend euro. Je moet binnen een week reageren en binnen twee weken betalen. Of anders, blaft het kantoor, betaal je uiteindelijk een veelvoud van het schikkingsbedrag.

Die termijnen staan in geen enkele wet en de bedragen zijn uit de duim gezogen. Mijn buurman betaalde ooit honderden euro’s aan een beschermengel. Onze tuinman ook. Duitsers, maar ook buitenlanders in dit land, klagen hun nood op internetfora. Een Duits hotel vervolgde een gast tot in Nederland nadat die tijdens zijn vakantie op zijn kamer een gedownloade film had bekeken. Er zijn ook vluchtelingen gepakt nadat die op hun telefoon beschermd werk hadden gedownload. Je kunt gerust spreken van een plaag.

Een beetje rondneuzen op internet leert dat menigeen in Duitsland Waldorf Frommer een schimmig bedrijf vindt. De bedragen komen uit ‘Alice in Wonderland’, en wie zich blijft verzetten, loopt het risico voor de rechter te belanden. Tot voor kort vonden rechtszaken in München plaats, maar volgens een latere wet moet er tegenwoordig in de woonplaats van de overtreder geprocedeerd worden. Dat was een kleine tegenvaller voor Waldorf Frommer. De Duitse wetgever heeft al met al bereikt dat er in het land nauwelijks openbare wifi-punten zijn.

Terug naar mijn blafbrief. Niet alleen moet ik 915 euro betalen, maar ook moet ik binnen een week een ‘Unterlassungserklärung’ – een ik-zal-het-nooit-meer-doen-verklaring – tekenen en opsturen. Of ik Studiocanal GmbH in Berlijn wil beloven dat ik het werk ‘Nerve, film’ nooit meer via internet zal aanbieden. De ‘kleine lettertjes’ in die verklaring zijn de echte valkuil: je belooft dat je bij recidive een redelijke schadevergoeding zult betalen. Misschien houdt Waldorf Frommer nog een Abmahnungkje achter de hand. Als je hun tekst ondertekent, kun je voor duizenden euro’s het schip ingaan.

Nou vind ik het nogal suf om te beloven iets niet meer te doen wat ik nooit heb gedaan. Wat er gebeurd is, zal ik hieronder uitleggen. Maar als ze in München van mij een verklaring willen, kunnen ze die krijgen. Ik ben de beroerdste niet. Dat is mijn broer.

Mijn aangepaste verklaring luidt: ik verplicht me om mij tegenover de hele mensheid vanaf nu te onthouden van het plegen van enigerlei misdaad en overtreding.

Wat was er gebeurd? Op oudejaarsdag waren mijn dochter en een vriendin van haar over uit Nederland. Op de laptop van die vriendin stond als torrentbestand de film ‘Nerve’. De vriendin wilde haar telefoontegoed online controleren en kreeg van mijn dochter het wachtwoord van onze wifi. Een minuut of wat was ze met haar laptop online. Dat was genoeg. Waldorf Frommer: de download/uploadtijd liep van 13:23:01 tot 13:24:33. De misdaad duurde 92 seconden.

Als muzikant ben ik voor bescherming van het auteursrecht, maar wat kantoren als Waldorf Frommer doen, is gelegaliseerde diefstal.

Dat sluwe vossen het recht op een valse manier inzetten, is bekend. Als arme mensen jatten is dat strafbaar, rijken jatten legaal. De wet staat ten dienste van de haaien en hyena’s. Trump bestelde ooit een jacht bij een Friese werf en wilde vervolgens van het contract af zonder miljoenen aan schadevergoeding te betalen. Hoe deed hij dat? Hij kocht de werf, zegde het contract op, vervolgde als werfeigenaar zichzelf niet en verkocht daarna de werf weer. „That makes me smart.” Nina Brink of hoe ze tegenwoordig ook heet, legde legaal beslag op de bezittingen van journalist Eric Smit omdat zijn boek over haar slecht beviel. Het is lastig boodschappen doen als je niet bij je centen kunt. Verhalen over misbruik van recht te over.

Hoe zal het verder gaan met mijn akkefietje met Waldorf Frommer? Hihi. Ze hebben geen schijn van kans. Wordt vervolgd.

________________________________

Reageren kan hier.

Moorddokters

Euthanasieverklaring: ‘Zodra ik mijn eigen familie niet meer herken, wil ik dat een arts mij actief helpt aan een goede dood. Deze verklaring is aan de orde, indien ik op enig tijdstip niet in staat ben haar te bevestigen, te wijzigen of te herroepen, op grond van onvoldoende bewustzijn of onvermogen mij uit andere hoofde te uiten.’

„Meneer Vunderink, wilt u mij even aankijken?”

Wat een drukte allemaal. Ik wou dat ze me met rust lieten. Wie zijn die lui eigenlijk?

„Pap, de dokter wil je wat vragen stellen.”

Waar hebben ze het over? Ik heb honger. Ik wil iets lekkers.

„Ik heb honger. Ik wil iets lekkers.”

„Geeft u uw vader eerst maar iets te eten”, zegt de dokter.

Chocoladepudding met slagroom. Hoe zouden ze weten dat ik dat lekker vind?

„Herkent u deze handtekening?” De dokter wappert met de verklaring.

„Mijn vader kan niet meer lezen.”

„Hier staat dat u met behulp van een arts wilt sterven als u dement mocht worden en u zich uw familie niet meer kunt herinneren”, zegt de arts. „Weet u zeker dat u nooit meer wakker wilt worden?”

Ik hoop dat ik straks weer pudding krijg. Ik wil elke dag wel pudding. Ik hoop dat ik het nog heel vaak krijg. Maar dat gezeur. Ik wou dat ze er een einde aan maakten.

„Ik wou dat jullie er een einde aan maakten.”

„Weet u wie dit is?”, vraagt de dokter, wijzend op de man naast hem.

Wat is dit voor dom gedoe. Ik zal mijn eigen broer toch wel herkennen?

„Ik zal mijn eigen broer toch wel herkennen?”

„Bijna goed. Probeert u het nog eens.”

Het is mijn broer toch? En waar blijft dat lekkers?

„Waar blijft dat lekkers?”

„Pap, je hebt je toetje al op.”

Ik heb helemaal geen niks op. Wat een treiterkoppen. Wat denken ze wel. Dat ik dement ben? Laat die lui eens normaal doen.

„Wat denken jullie wel. Dat ik dement ben? Doe eens normaal, man!”

„Begint-ie weer te huilen. Doet mijn vader steeds vaker, als-ie het niet begrijpt. Dit is precies waar hij bang voor was. Een onwaardige oude dag. Niet meer snappen wie of waar hij is. Daarvoor heeft hij die verklaring getekend.”

„Meneer Vunderink, ik ga u een stukje uit uw dagboek voorlezen. Daarna wil ik graag uw reactie.”

‘Met mijn dood ga ik niemand lastig vallen. Ik reis naar Lapland, ga op een sneeuwvlakte zitten genieten van het panorama en drink bij veertig graden vorst twee flessen vodka leeg. Daarna mogen de ijsberen me hebben. Ik hoop maar dat ik gezond genoeg zal blijven om dit uit te voeren. Zo niet, dan wil ik een spuitje van de dokter.’

„Herinnert u zich deze tekst?”

Wat een gezeur. Waar blijft mijn lekkers? Wat een mispunten. Dit is onverdraaglijk. Er moet een einde aan komen.

„Dit is onverdraaglijk. Er moet een einde aan komen.”

„Daar blijft u bij? U weet dat zeker?”

Ik wil iets lekkers. Natuurlijk weet ik dat zeker.

„Natuurlijk weet ik dat zeker.”

De dokter maakt zijn tas open, haalt een injectiespuit tevoorschijn en zet hem op de arm van de man in het bed.

Hé, wat is dat nou? Daar heb ik niet om gevraagd. Kappen!

„Kappen!”

Waarom tolt de kamer? Hé, waarom gaat het licht uit?

Op 15 maart 2011 werd in Nederland euthanasie gepleegd op een 64-jarige demente vrouw. Toen ze nog goed bij zinnen was, had ze een verklaring getekend waarin ze om euthanasie vroeg zodra ze rijp was voor een verpleegtehuis. Op een gegeven moment herinnerde ze zich dat verzoek niet meer. Op de vraag van een arts of ze euthanasie wilde, had ze nog wel gezegd: „Doodgaan wil ik niet. Dan ben ik niets meer.”

Moraal van het verhaal: teken nooit zo’n verklaring, want daarmee leg je je lot in handen van moorddokters.

________________________________

Deze column stond vijf jaar geleden in De Gelderlander en heeft aan actualiteit niets ingeboet.

Reageren kan hier.

112

Nu alles rond mijn huisgenoot Chuck zo’n beetje achter de rug is, wil ik graag de perikelen rond mijn 112-melding voor een ambulance voor hem publiekelijk delen. Ik zal proberen om mijn verslag zo waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven. Maar het blijft subjectief, want gedaan vanuit mijn belevingswereld.

Zondagochtend vroeg hoorde ik Chuck roepen vanuit zijn kamer. Ik liep naar hem toe om te vragen wat er aan de hand was. „Please, call an ambulance”, antwoordde hij.
„Oké”, was mijn enige reactie, want ik had het al een beetje zien aankomen. Hij was al een paar weken ziek, maar zijn situatie was in drie dagen tijd zeer snel achteruit gegaan.

Ik liep terug naar de woonkamer, omdat daar de huistelefoon staat. Belde 112 en doorliep de gebruikelijke procedure. Uiteindelijk kreeg ik een 112-operator te spreken.
Ik probeerde haar duidelijk te maken dat mijn huisgenoot doodziek was en er dringend een ambulance  moest komen.

„Is uw huisgenoot nog bij kennis?”, vroeg zij.
„Ja”, antwoordde ik.
112: „Zou ik hem even mogen spreken?”
Ik: „Dat gaat helaas niet, omdat u op de intercom staat. Als ik de handset van het basisstation haal, wordt de verbinding verbroken. Mijn huisgenoot ligt namelijk in een andere kamer.”
112: „Oké, zou u dan naar hem toe willen lopen om te vragen of hij het warm of koud heeft?”
Ik: „Goed.”

Ik liep naar Chuck en vroeg of hij het warm had.
Chuck antwoordde zwakjes: „Ja.”
„Of heb je het koud?”
Weer zwakjes: „Ja.”

Dit schiet niet op, dacht ik. Terug in de woonkamer hervatte ik mijn 112-gesprek.
Ik: „Ja, hij heeft het warm, ziet eruit als een geest en geeft licht in het donker.”
112: „Kunt u nu vragen of hij hoofdpijn heeft?”
Ik: „Mevrouw, hij is doodziek en die ambulance is echt nodig.”
112: „Goed mijnheer, maar ik moet bepalen of er een ambulance moet komen of dat de doktersnachtdienst het  kan afhandelen. En op dit moment is dat nog niet duidelijk voor mij.”
„Oké, ik ga wel weer”, zei ik.

„Wat is dit nou, geloven jullie hem niet of zo?”, zei een vriend van mij, die op bezoek was.
112: „Wie is dat op de achtergrond?” De vrouw klonk lichtelijk geïrriteerd.
Ik: „Dat is een vriend van mij. Ik ga nu naar mijn huisgenoot.”

Na wederom bij Chuck geweest te zijn deed ik verslag.
Ik: „Ja, hij heeft hoofdpijn en voelt zich beroerd. Hij heeft ook last van hartkloppingen.” 112: „Oké, politie en ambulance zijn onderweg. Zou u die vriend naar buiten willen sturen om de ambulance op te vangen?”
Ik: „Dat doe ik zelf wel, bedankt en tot ziens.”
112: „Dag meneer.”

Direct na het telefoongesprek trok ik mijn jas aan om naar buiten te gaan. Terwijl ik naar buiten liep, ging de buitenbel.
Ik, door de intercom: „Hallo?”
„Politie”, was het korte antwoord.

Ik drukte op de knop van de centrale deuropener van onze flat om de toegangspoort tot de binnenplaats voor hen te openen. Onmiddellijk ging ik via het trappenhuis naar beneden, richting toegangsdeur van onze flat. Daar aangekomen zag ik zes agenten mijn richting op stormen. Ik deed de deur open om ze binnen te laten. Meteen begonnen ze me te ondervragen.

Agent 1: „Ja, wat is er allemaal aan de hand hier?”
Agent 2, tegelijkertijd: „Waar ben je mee bezig?”
Agent 3: „Heb je iets waar je naam op staat?”
Ik: „Ik heb 112 gebeld voor een ambulance voor mijn zieke huisgenoot.”
En tegen agent 3 zei ik: „Heb ik boven liggen.”

„Hoe ziek is hij dan?”, was hun wedervraag.
„Heel erg ziek”, was mijn antwoord.
Vervolgens zei ik: „Maar beter gaan jullie zelf even boven kijken, dan kunnen jullie zelf zien hoe ernstig het is. Het is op de derde etage.”
„O ja, o ja”, was hun antwoord.

En vier van de zes gingen de trap op naar mijn appartement. Ik maakte aanstalten om de straat op te gaan, om de ambulance op te gaan vangen.
„Wat ga jij doen?”, vroeg een van de twee achtergebleven agenten.
Ik: „De ambulance opvangen, zodat ze niet naar de ingang van de flat hoeven te zoeken.”
Agent: „Dat is niet nodig, dat doen wij wel. Ga jij maar terug naar boven.”
„Oké”, antwoordde ik.

Tot mijn verbazing liepen die twee agenten vervolgens met mij mee naar boven. Daar aangekomen zie ik dat twee van de vier agenten die eerder naar boven waren gegaan, bezig zijn met mijn bezoekende vriend, op een manier die makkelijk uit de hand zou kunnen lopen. Ik dirigeer mijn vriend richting woonkamer. Op dat moment komen de twee andere agenten uit Chucks kamer en ik zie dat hun houding heel anders is geworden.

„Het gaat om Chucky”, zeggen ze tegen hun collega’s.

Prompt hoor ik een van de agenten via zijn portofoon een melding maken:
„Alles rustig hier en die ambulance is echt nodig.”

Ik sluit de woonkamerdeur.
„Ze begonnen mij gelijk te duwen”, zegt mijn vriend. „Terwijl ik ze alleen maar wilde wijzen waar ze moesten zijn. Ook bevalen ze mij om naar de woonkamer te gaan en het vooral niet te wagen daar uit te komen.”

Het duurt nog een aantal minuten voordat de ambulance eindelijk arriveert. Terwijl de ambulancebroeders Chuck voor vertrek gereedmaken, komt een van de
agenten vragen waarom wij niet komen kijken hoe het met Chuck gaat.
Ik: „Ik wil jullie niet voor de voeten lopen.”
Mijn vriend: „Het was mij verboden om de huiskamer te verlaten.”
„Oké, dat wist ik niet”, zegt de agent.

Even later zie ik Chuck voor het laatst de flat verlaten, temidden van twee agenten die hem dragen. Later verneem ik dat hij in de nog voor onze flat geparkeerde ambulance al een hartaanval kreeg. Reanimatie begon in de ambulance en werd bij aankomst in het Westeinde Ziekenhuis door de Intensive Care overgenomen. De reanimatie lukte, maar Chuck was wel in coma geraakt en die zou aanhouden tot aan zijn dood, de volgende dag.

________________________________

Reageren kan hier.

Goed fout

Hoe kon het toch dat hij zo succesvol was als zwendelaar? Frank Abagnale: „Mensen geloven wat je hun vertelt.” Abagnale draaide de bak in, maar de FBI kon niet om zijn talent heen en trok hem aan als adviseur. In de film ‘Catch me if you can’ speelt Leonardo DiCaprio deze meesteroplichter. Een aanrader.

„Ik heb een jonge jongen thuis”, zegt een vrouw op de Nederlandse tv, „die is 21 en krijgt geen werk. En hun krijgen over vier maanden straks werk.” ‘Hun’ zijn asielzoekers. Hoe de vrouw dit weet? „Dat heb gestaan op Facebook.”

Er zijn geen dieven meer, de mensen stelen zelf. Er zijn geen zangers meer, de mensen zingen zelf. En er zijn geen journalisten meer, de mensen schrijven zelf.

Hoe kan het toch dat de reguliere oftewel mainstream media, kortweg MSM, weigeren te melden dat de Illuminati bezig zijn een Nieuwe Wereldorde te stichten waarin iedereen slaaf wordt? In het complot zitten de Rothschilds, Bilderbergers, vrijmetselaars en nog veel meer onverlaten. Dit kan maar één ding betekenen: de MSM zitten in het complot.
Tot zover de aluhoedjes.

‘Je baas zal tevreden over je zijn’, schreef een lezer ooit na een analytisch stuk over de MH17-ramp waarin ik de Russen aanwees als meest waarschijnlijke dader.
Baas? Wie dan? Mijn hoofdredacteur? Mark Rutte? De CIA? Mijn vrouw?

Journalisten maken deel uit van ‘de elite’, samen met politici, rechters, advocaten en horden deskundigen. De elite – of beter: elites, ja ja, het zijn er heel wat – zijn bezig zich al graaiend te verrijken ten koste van het volk.

Kom kom, hoor ik u denken, nou niet overdrijven. Zo lichtgelovig zijn mensen niet.
Hoezo overdrijven? Trump!

En de media? Zijn die dan eerlijk?

Even een duik in het verleden. Toen ik in mijn dertigste levensjaar per nachttrein vanuit Polen arriveerde in de Sovjet-stad Brest en de grenswacht in mijn koffer een Volkskrant ontwaarde, vroeg hij: „Waarvan is deze krant het orgaan?” Ik had geen idee waarover hij het had. En toen ik antwoordde dat de krant nergens een orgaan van was, maar het product van een commerciële uitgeverij, had die officier op zijn beurt geen idee waar ik het over had.

In die tijd stond op een Moskous flatgebouw in gigantische letters een leuze van Lenin: ’De krant is niet alleen een collectieve propagandist en een collectieve agitator, maar ook een collectieve organisator.’ Ik dacht: en nieuws, hoe zit het daarmee?

In Nederland was Het Vrije Volk een PvdA-krant. De Waarheid was het orgaan van de communisten. En sommige bladen hadden een confessioneel tintje. Hier kun je dus van ‘organen’ spreken.

Die partijdige Nederlandse organen bakten het zelden zo bruin als de Sovjet-media. ‘Vremja’, het hoofdjournaal van de Sovjet-Unie, liet avond aan avond maaidorsers zien die steevast meer graan oogstten dan gisteren. Fabrieken haalden met hun productie het vijfjarenplan niet alleen, maar gingen er zelfs overheen — duizelingwekkend waren de successen. Tegelijk stonden mensen in de rij als er eens een keer wc-papier te koop was. Of mayonaise. Of bananen. Wilde je een Lada of een andere sneue Sovjet-auto kopen, dan moest je jaren van tevoren intekenen.

„Geen vis?”, vraagt in Moskou een koper, starend naar een lege vitrine.
„Nee, wij hebben geen vlees”, zegt de verkoopster. „Geen vis, dat is aan de overkant.”
Met zulke mopjes sloegen de Russen zich door de successen van het Sovjet-systeem heen.

Intussen zadelden de Sovjets mij, correspondent voor onpartijdige Nederlandse MSM, met een reëel probleem op. Hoe kon ik het leven op mijn standplaats zo beschrijven dat de lezers me nog zouden geloven? Om mijn doel niet voorbij te schieten zwakte ik de kommer en kwel in het Sovjet-paradijs enigszins af.

Dat afzwakken werd een mislukking. „Je bent te zwartgallig”, vond een hoofdredacteur in Deventer, „niet realistisch.” De Russen lustten mijn stukken al helemaal niet en dus zetten ze mij, belasteraar van het weergaloze communistische experiment, in 1986 met gezin en al op de trein naar Hoek van Holland. Enkele reis. Deze week nog kreeg ik een reprimande van Facebook-leden die mijn opgebiechte afzwakking betitelden als ‘aanmatigend’. Wie dacht ik wel niet dat ik was? Mijn beweegredenen, waarover die critici niet konden oordelen, lagen buiten hun voorstellingsvermogen. Tja, mensen kunnen niet buiten hun eigen hoofd denken. De ‘unknown unknowns’ van Donald Rumsfeld hadden ze kennelijk niet meegekregen.

De nieuwsconsument haalt het nieuws graag bij bronnen die zijn denkbeelden bevestigen. Vind je politici Pinokkio’s? Welkom bij GeenStijl. Er zijn meer van dat soort websites, maar ik gun ze hier geen link.

De waarheid is ook maar een mening, hoor je sommige media beweren. Postmodernisme is in. Russia Today (RT) en Spoetnik, beide Russisch, zijn erom beroemd. Neem de talloze versies over de MH17 waar ze mee kwamen, haaks op elkaar en allemaal even juist. Wat maakt het uit? Niemand is toch objectief?

Klopt. Probeer maar eens objectief te zijn als je een ongelukkige jeugd hebt gehad. Als je in de Haagse Schilderswijk bent opgegroeid. Als je de profeet Mohammed, Jezus Christus of opa Lenin met de paplepel kreeg ingegoten.

Staat objectiviteit dus bij het oud vuil? Gelukkig niet. De meeste oude media streven ernaar. Dat streven maakt het verschil.

Tegenpool daarvan zijn, naast RT en Spoetnik, bijvoorbeeld Fox News en Breitbart, die een vals wereldbeeld opdringen. Twee voorbeelden. Fox News steunt de olie-industrie en is daarom tegen groene energie. Kop: ‘VS ongeschikt voor zonne-energie want minder zonnig dan Duitsland.’ Kop op de Trumpgetrouwe website Breitbart: ‘Anticonceptie maakt vrouwen onaantrekkelijk en gestoord.’

Er is er een derde categorie: de redelijken. Ogenschijnlijk neutraal stappen zij door de wereld en ogenschijnlijk neutraal geven ze door wat zij horen en zien. Onder andere het NOS Journaal vindt dat het zo moet. Als Trump beweert dat zijn inauguratie meer publiek trok dan ooit, vindt hoofdredacteur Marcel Gelauff het niet netjes om deze leugen als feit te bestempelen.

Afgelopen week berichtte het AD over een Vlaamse pater in Syrië die Assad en Poetin bedankte voor het redden van zijn leven. De pater zegt dat niet het volk tegen president Assad in opstand kwam, maar dat er sprake was van buitenlandse agitatoren. De journalist laat dat onweersproken. De pater zegt dat de Amerikanen en hun bondgenoten het land te gronde willen richten. ‘U begrijpt dat uw analyse controversieel is en op veel kritiek stuit?’, vraagt de journalist. Daar moet de lezer het mee doen.

Op Facebook reageren mensen die blij zijn met dit ‘eerlijke verhaal’. Vergelijk het eens met dit Wikipedia-lemma, suggereerde ik. Reactie: Wikipedia is onbetrouwbaar.

Wikipedia heet onbetrouwbaar en de ruim 900 voetnoten zijn dat kennelijk ook. Wat valt op? Het AD-artikel over de pater, waarin het Westen ervan langs krijgt en Rusland wordt geprezen, trekt vooral ‘likes’  van Poetin-fans, onder wie nogal wat Russen.

Het pro-Poetinkamp is niet te beïnvloeden. De gemiddelde lezer zit niet in dat kamp, maar is wel een leek die voor de vorming van zijn wereldbeeld aangewezen is op de media. De ‘redelijke’ journalist die in zijn streven naar objectiviteit de lezer of kijker laat bungelen door geen kader te verschaffen, slaat de plank mis en zit goed fout. En eh… Bedankt namens Poetin en de populistische politici die her en der in de startblokken staan.

________________________________

Reageren kan hier.

Misofonie

„Wat jij hebt is een ziekte.”

Omdat ik op dat moment half bewusteloos naar de koffiezetter slof, denk ik dat hij dát bedoelt: ochtendziekte. Daar leed, naar eigen zeggen, mijn moeder ook aan.

„Dat je niet tegen geluiden kan, is een aandoening”, en behulpzaam reikt Lief van mijn Leven L. mij het ochtendblad aan. Hoor ik ook enige triomf?

Het staat in de krant, dus het is waar. Met tegenzin bekijk ik het artikel. Er staat ook iets van een poli op het AMC, afdeling psychiatrie. Wel ja joh, ik ben niet alleen ziek maar ook knettergek.

Chips, die zijn het ergste, denk ik. Het binnensmonds kauwen gaat nog wel: dat is gedempt geluid, mits de lippen gesloten zijn natuurlijk. Nee, het is die grauwende knauw waarmee het krokante kunstwerkje door de gemiddelde chipsconsument gelijk bij aankomst door de haag der tanden en kiezen verslonden wordt, de mond ver geopend zodat geen detail van het proces voor oor en oog verloren gaat. En… Er-zit-een-grom-me-tje-bij, ik zwéér het.

Appel is een goede tweede. De mond van de geoefende appel-eter werkt zich als een minigraafmachientje naar het klokhuis toe, en dat in een tempo alsof er iemand onder het puin vandaan moet worden gehaald.

Er is meer, maar ik bespaar het u want wie weet is het besmettelijk en dan zou er al gauw een wachtlijst kunnen ontstaan voor de poli Misofonie en dan duurt het weer zo lang voordat ik geholpen word.

Er zal toch ook wel een begripvolle opvang voor de familie van de patiënt zijn? Want die worden behoorlijk in hun normale doen en privacy aangetast en moeten in sommige gevallen ongekende woedeaanvallen verdragen, zoals te lezen valt in dit artikel in de VPRO-gids.

Ik heb wel een suggestie. Vroeger kwam mijn ziekte namelijk niet voor. Maar toen had je nog tafelmanieren. Niet met open mond eten en zeker niet met volle mond praten. Niet drinken als je nog eten in je mond hebt: ‘niet metselen!’, ik hoor het mijn vader nóg zeggen. Niet slurpen en alleen met een hand ervoor over de hete soep blazen. En zo voort en zo verder.

Daarom voor de slachtoffers van misofoniepatiënten een ouderwets goed boekje: ‘Hoe hoort het eigenlijk?’ Ter preventie van een vreselijke aandoening met vreselijke gevolgen voor de omgeving.

______________________________

Reageren kan hieronder of op Facebook.

Afgrond

De belangrijkste persoon op aarde ben je zelf. Immers, als je er zelf niet bent, kun je met de rest ook niks. Je bent zelf het middelpunt van je eigen cirkel, van je eigen universum.

Al vroeg in je leven vind je jezelf terug binnen een groot aantal ruimere cirkels. Eerst komt de kring van ouders, broers en zussen, in de volgende zitten oma, opa, ooms, tantes, neven en nichten en andere familie. Op zeker moment ga je een band aan met een partner, je krijgt kinderen, mensen treden toe tot de cirkels waaraan jij deelneemt of treden uit. Er is leven in de brouwerij.

Dan zijn er de cirkels met buren, dorps-, stad- en streekgenoten, je stam of clan, je landgenoten, je volk. Hoe verder weg die anderen, hoe losser de band.

Voor mensen voelt het natuurlijk aan om de eigen kring te verdedigen. Het belangrijkste blijft wel om vooral zelf te overleven, want aan een dode moeder heeft een baby niks. Ouders verdedigen kinderen, kinderen verdedigen ouders, je komt op voor je eigen dorp of stad, voor je eigen land en volk. Doe je dat niet, dan deug je niet en ben je een verrader.

Zoals de dingen eraan toegaan bij je ouders thuis en in je eigen streek, is het goed. Zo ben je het gewend. De eigen taal is handig en prettig. Elders zijn er mensen die de zaken anders aanpakken, zich anders kleden, andere dingen eten, anders praten. Hun goden zijn ook anders. Een beetje raar allemaal, maar dat moeten die lui zelf weten. Als ze ons er maar niet mee lastig vallen.

Zo gaat dat al jaren, eeuwen, millennia. We houden de tent het liefst op slot, vreemdelingen sluiten we buiten en dat is maar goed ook, want anders krijg je moord en doodslag, tot aan oorlogen toe. Dat heeft de geschiedenis ons wel geleerd. In die gesloten gemeenschappen richtte je je naar vastliggende waarden, normen, tradities, naar de oude cultuur. Deed je dat niet, dan werd je tot de orde geroepen, gestraft of zelfs gedood. Zo gaat dat in een gesloten samenleving.

Naarmate mensen en samenlevingen zich intellectueel en anderszins ontwikkelden, gooiden zij poorten en deuren open. De moderne mens vormt geen stammen en clans meer, maar leeft in een open maatschappij, met vrijheid van tradities, recht op een individueel levenspad, op een afwijkende mening. De regering legt in een open samenleving minimale dwang op, verdraagt kritiek en speelt in op algemene behoeften, noden en wensen.

De open samenleving is er niet zonder slag of stoot gekomen. Veel mensen hebben er een hekel aan. Er is nu ook weer ruzie over.

Daarbij is de hamvraag waar de openheid stopt. Is de grootste cirkel die van de natiestaat? Of van een groter geheel, bijvoorbeeld de Europese Unie?

De Europese Unie is een gekunstelde bond met volkeren die elkaar qua aard en aanleg niet erg liggen. Waarom zou je zo’n bond willen?

Wie van dag tot dag leeft, antwoordt: ik wil die bond helemaal niet. Wie naar het verleden kijkt en aan de toekomst denkt, antwoordt: zolang we in hetzelfde schuitje zitten, raken we binnen die bond tenminste niet met elkaar in gevecht en bovendien kunnen we onszelf samen beter verdedigen tegen onverlaten van elders.

Te veel mensen leven van dag tot dag en laten zich door zelfzuchtige valse profeten naar de afgrond leiden. Die profeten zijn gemakkelijk te herkennen aan hun strijdkreet: ‘Eigen volk eerst!’

________________________________

Reageren kan hier.

Aan huis

Ze wijst op een leeg doosje naast de prullenmand.
„Dat misschien?”
Het is groot genoeg, dat wel.
„Maar er staat bol.com op”, zeg ik.
„En dat?”
Het wordt de krantenmand, ooit gekregen als kerstpakket, destijds iets feestelijker gevuld dan nu gaat gebeuren.

„Prrrrt”, zei het poesje twaalf jaar geleden in asiel Het Kattenpaleis tegen ons, toen mijn jongste dochter en ik haar kant op keken. Deze zesjarige werd ons aangewezen als de enige poes die gewend was aan honden.

Onze hond vond poesjes erg lief, maar dat snappen niet alle katten, vandaar.

‘Prrrrt’ klonk zacht, ging iets omhoog en eindigde in een vraagteken. Tegelijkertijd ging ze in een uitdagende aaihouding liggen. Dat weet ik nog zo goed omdat ze dat twaalf jaar lang is blijven doen, elke keer als je de kamer binnen kwam, waar ze ‘Tevreden-Opgerolde-Poes’ lag te wezen.

Tot vandaag.

Ze at en dronk al dagen niet, maar dat zijn we wel gewend: gezond was dit kleine maandagochtendmodelletje nooit. Vóór ze Het Kattenpaleis mocht verlaten om in ons nederige stulpje haar intrek te nemen, moest ze eerst een kuurtje daar afmaken: bronchitis. Niet lang daarna brachten we een eerste bezoekje aan onze eigen dierenarts, want bronchitis was dus zeg maar haar ding.

Het bezoek bleef alle betrokkenen lang bij: hoe een klein katje kwaad kan worden.

Ze maakte haar naam – die ik haar niet gaf en die ik eigenlijk had willen veranderen – helemaal waar. Hierna liet ik een andere naam en ook de bezoeken aan de dierenarts maar voor wat ze waren: ze heette Tijger.

Bij tijd en wijlen hoestend en piepend, leefde ze opgewekt verder. Maar toen ik haar een paar jaar geleden toch een beetje netjes wou achterlaten voor de vakantieverzorgers, ging ik nog maar eens naar de dierenarts.

Ze was minder fel, maar op de terugweg kreeg ze van de stress een astma-aanval en toen heb ik haar beloofd dat ze nooit meer hoefde.

Maar ‘prrrrt’ was er altijd en vandaag niet.

Levensgezel L. had de afgelopen nacht vergeefs geprobeerd haar te troosten toen ze liep te klagen. Op ons bed slapen hielp ook al niet meer.

En zo komt het dat ik met een dikke keel en met mijn katje in een blauwe handdoek in mijn armen zit te bekomen van haar euthanasie – haar nieren waren op – en dat de Dierenarts-Aan-Huis alles regelt.

We leggen haar voorzichtig in het krantenmandje.

En ik bedenk dat ‘aan huis’ ook voor mij het beste was.

______________________________

Reageren kan hieronder of op Facebook.

Succes

Nederlands beroemdste straatmuzikant was nog lang niet van plan om dood te gaan. Chuck Deely had net een nieuwe gitaar gekocht.

Den Haag zou hem er nooit op zien spelen. De 62-jarige Hagenaar met een Amerikaans paspoort werd geveld door de lelijke griep die momenteel in Europa huishoudt. Lang probeerde hij dokters uit de buurt te houden, maar op 9 januari vond een huisgenoot het te gortig worden. Hij belde een ambulance. Op weg naar het ziekenhuis kreeg Chuck een hartaanval en raakte hij in coma. Uit dat coma is hij niet meer ontwaakt.

Chuck was een geval apart. Hij had geen verblijfsvergunning, maar onze overheid liet hem met rust. Dat is wel eens anders. Haagse politieagenten dachten dat hij dakloos was, maar hij woonde al jaren in bij de huurder van een sociale woning. De gemeente wist dat precies, want Chuck kreeg op dat adres een vergunning voor straatartiesten toegestuurd waar hij nooit om had gevraagd. Hij mocht gewoon doorspelen, terwijl musicerende Roemenen werden verjaagd. ‘Red held Chuck Deely van de bedelroemenen!’, roeptoeterde GeenStijl op zijn website, terwijl er niets aan de hand was.

In 2008 had een groentje bij de Haagse politie nog wel een bekeuring uitgeschreven. Dat is die agent niet goed bevallen. Er stak een storm van verontwaardiging op en de bekeuring werd geseponeerd. Devies van de gemeente: kom niet aan onze Chuck. Bekend maakt bemind.

Iedereen over wie ooit iets in de pers is verschenen, weet dat zo’n stuk kan wemelen van de fouten. Chuck zou niet hebben kunnen spelen tijdens de kerst, want hij lag in het ziekenhuis. Fout, hij lag thuis in bed. Hij zou op straat onwel zijn geworden. Fout, dat was thuis. In de ene krant was hij 66, in de andere 65, in weer een andere 62 jaar oud. Die laatste leeftijd klopt. Aangedragen correcties werden grotendeels genegeerd.

Muziek was Chucks lust en leven. Hij had een enorm repertoire, zong graag  liedjes van Neil Young en Bob Dylan, die luisteraars als ze hun ogen sloten nauwelijks van het origineel konden onderscheiden. Zo groot waren Chucks roem en populariteit dat het Residentie Orkest met hem optrad. In 2009 kreeg hij de Haagsche Popprijs.

Of hij ervan droomde een beroemd muzikant te worden? „Misschien ooit vroeger, maar hij was gelukkig met het leven dat hij had”, vertelt zijn huisgenoot A., die vol bewondering spreekt over Chucks talent om dingen voor elkaar te krijgen. „Als hij een nieuwe PC nodig had, briefde hij dat gewoon rond in de stad. Vroeg of laat stond er dan opeens een nieuwe computer die iemand hem cadeau had gedaan. Zo ging het met alles. Hij hoefde maar een kik te geven of hij had het.”

Elke dag speelde hij op straat in het centrum van Den Haag, zeven dagen in de week, ’s ochtends en ’s middags. „Ik moet ervan leven”, vertelde Chuck tegen een journalist, „dus ik heb geen keus. En ik haal er toch 40 tot 50 euro per dag mee binnen.”„Vermenigvuldig dat maar met vier”, zegt zijn huisgenoot. „En hij spaarde niks, hij had een gat in zijn hand.” Waar gaf hij zijn geld aan uit dan? „Restaurants bijvoorbeeld”, zegt de huisgenoot.

De griep rond kerst was in alle opzichten een ramp. Het is net de periode waarvan je het als straatmuzikant moet hebben, maar Chuck lag in bed. Een bevriende Hagenaar houdt een inzameling en haalt daarmee 4.750 euro op. En wat doet Chuck ermee? „Hij kocht die nieuwe gitaar en stapte op de fiets met de rest van het geld in zijn broekzak”, vertelt de huisgenoot. „Althans, dat dacht hij, maar hij had twee broeken over elkaar aan en had de biljetten daartussen gestopt. Onderweg naar huis is hij alles verloren. Een heel spoor liet hij na, als Klein Duimpje.”

Was de straatmuzikant een makkelijke prooi voor de griep? „Hij had volgens mij een ijzersterk gestel”, zegt de huisgenoot, „als je ervan uitgaat dat hij één tot anderhalve kilo suiker per dag at en verder alleen vlees. Hij was een echte carnivoor.”

Gebruikte hij ook middelen? „Je kon er alles ingooien”, zegt de huisgenoot.

Wanneer is een leven gelukt of mislukt? Moet je Michael Jackson feliciteren met zijn Neverland, zijn Beatlescatalogus, zijn talloze hits, maar ook zijn door chirurgen stukgesneden gezicht, met zijn zuurstoftank om maar vooral oud te worden, terwijl hij op zijn vijftigste overleed aan een overdosis medicijnen? Noem je Elvis Presley, die maar 42 werd, George Michael, die 53 werd, en talloze andere artiesten die zichzelf chemisch naar de andere wereld hielpen geslaagd en Chuck Deely niet?

Chuck is 62 geworden, heeft het leven geleid dat hij wilde, successen behaald waar hij naar streefde, en ik verklaar zijn leven tot geslaagd.

________________________________

Reageren kan hier.

Flink

Persoonlijk leed valt niet onderling te vergelijken, maar wel hoe mensen ermee omgaan.

Het indrukwekkende van Liesbeth List – lees vooral dit interview in Volkskrant Magazine – is dat ze haar levensgeschiedenis, getekend door oorlog en mishandeling, erkent als bizar en wreed, maar dat ze de regie over haar leven op een positieve manier in de hand heeft genomen en die nooit meer heeft losgelaten: ‘Met negatieve mensen bemoei ik me niet.’

Dat wordt hem voor mij voor 2017, bij deze. Met uiteraard de toevoeging dat ik er streng op toe zal zien niet zélf een negatief mens te zijn.

Je ziet wel eens anders.
Er zijn mensen met een rotjeugd die niet achterom kijken, niet willen wijzen naar schuldige ouders en niks te maken willen hebben met therapie.
Best knap, best flink.

Toch zijn dit vaak mensen die in mijn ogen wat minder makkelijk in de omgang zijn.
De uitgespaarde rekening voor gesprekstherapie wordt alsnog gepresenteerd, maar dan aan de omgeving.
Het boze binnenleven wordt aan de buitenkant gepolitiseerd. Elk gesprek is vermoeiend, koetjes en kalfjes bestaan niet.

Geef mij Liesbeth List maar.
Want met aardige mensen bemoeit ze zich uitdrukkelijk wél, ook al zijn ze gigantisch aan de fles. De hartstochtelijk levende, uiterst kwetsbare Ramses Shaffy, haar vriend voor het leven, betaalde de prijs voor zijn verslavende medicijn tegen levenspijn: hij ontwikkelde Korsakov. Ze greep zorgzaam en liefdevol in, ook al zong hij tot op het laatst overtuigend mooi Laat me .

Shaffy en List laten zien hoe aardig mensen kunnen zijn voor elkaar, ook al heb je het als kind niet echt getroffen.

Sommigen onder hen leven niet per definitie gezond, maar ze durven wel hun pijn en kwetsbaarheid te laten zien.

Eigenlijk vind ik dat óók flink.

______________________________

Reageren kan hieronder of op Facebook.

Struikelen

Het is een rustige zondagochtend. Ik laat onze Bobby uit en als ik de hoek van een zijstraat nader, zie ik Julius, met zijn baasje aan de lijn.

Baasje combineert uitlaten met joggen, maar dat heeft hij niet eerst aan Julius uitgelegd.

Die trekt zijn eigen pad: de lijn wikkelt zich rond een antiparkeerpaaltje en baasje jogt verder en ik ben heel benieuwd hoe dit gaat aflopen.

„Oeoeoeoe… pssss”, zegt het baasje, maar hij houdt zich na enkele bloedstollend spannende struikelpassen toch lachend overeind.

We praten even, want dat doen baasjes terwijl hun hondjes geduldig wachten.

„Jij hebt tenminste een échte hond”, zegt hij over ons middelgrote cockertje, toch niet echt een stoere mannenhond.

Maar als ik naar zijn kleine witte caesarhondje kijk, snap ik wel wat hij bedoelt. „Het is de keus van de kinderen, maar anders…”

We keuvelen nog even door en op het laatst vraag ik terloops „Maar hoe gaat het verder, buurman?”, want hij is net gescheiden, las ik in de krant.

„Ja hoor, gaat wel goed”, zegt hij en uit zijn lichaamstaal maak ik op dat hij de belangstelling wel waardeert, maar er verder niet over wil praten.

We zijn inmiddels verhuisd.

Maar nu is hij in zijn onbesuisdheid weer gestruikeld, las ik in de krant.

Doordat de lijn van onze electorale democratie zich om een verkiezingspaaltje wikkelde, kwam hij abrupt tot stilstand.

Een drama – zoals dat in de media natuurlijk weer genoemd wordt – vind ik het niet.

Hij komt wel weer op zijn pootjes terecht, bijvoorbeeld in de sector alternatieve energie en duurzaamheid.

Maar ‘alles geven’, zoals hij bij zijn afscheid zei dat hij gedaan had, zou ik niet meer doen.

Is niet duurzaam en er zijn vast wel alternatieven.

______________________________

Reageren kan hieronder of op Facebook.